Hemelse zoetigheid

 

 

Uiteindelijk werd het de Nandorianen toch teveel.  Al lieten deze nuchtere lieden zich niet snel van de wijs brengen, toch stak het hen dat hun atheďsme in het buitenland op zoveel ongeloof en bekeringsdrang werd onthaald.

Aangespoord door zijn landgenoten riep de koning daarom het volk bijeen voor een groot conclaaf.  De economie werd een paar dagen stilgelegd – daar deden de Nandorianen niet moeilijk over.  Alle burgers bogen zich over de vraag of ze geen god moesten aannemen om van het gezeur van hun uitlandse vrienden en relaties vanaf te zijn.  Sommigen vonden dat van een overontwikkelde inschikkelijkheid getuigen – hadden zij niet naar het voorbeeld van hun buurlanden al een koning aangesteld?  (In een typisch Nandoriaans compromis hadden ze wel besloten om zoals vanouds de ‘koning’ elke drie jaar te verkiezen.)

 

Uiteindelijk kwam de volksraad overeen om een godsdienst aan te nemen.  Om de hele zaak niet te ingewikkeld te maken, zou er één enkele god worden gekozen waar alle Nandorianen het dan maar mee moesten doen.  Het Ministerie van Paperassen zou dan foldertjes drukken die elke burger aan zijn buitenlandse kennissen kon toesturen zodat hem de moeite bespaard werd het iedere keer uit te leggen.

 

Maar welke god?  Een symbolische Nandoria, moeder van volk en land, werd afgeschoten wegens te patriottisch.  Een stelsel van roterende goden ook, wegens te veel papierverspilling voor de brochure die eerder was goedgekeurd.  Goden van liefde of respect of ‘het goede’ vonden weinig bijval omdat de Nandorianen de ethiek liever tegen elke vorm van religieuze bijkleuring beschermden.  En hoewel het niet de bedoeling was dat de nieuwe godsdienst al te ernstig zou worden genomen, werden vele voorstellen voor lachwekkende goden door een wijze meerderheid van de volksraad afgeschoten.

Uiteindelijk konden pientere geesten de anderen ervan overtuigen een religie te installeren die mogelijk economisch voordeel zou opleveren.  Iedereen was opgelucht toen op de vierde dag van de grote vergadering Wix het leven zag, nieuwbakken god van Nandoriës belangrijkste exportproduct : chocolade.  Een groepje werkloze 55-plussers kreeg een halftijdse betrekking als Hoge Religieuze Raad en schreef tijdens het avondmaal een codex met voorschriften die de gelovigen van de Wixcultus moesten eerbiedigen.  Na schrapping van drie van de veertien punten paste de codex net op voor- en achterzijde van een A4’tje.

 

De HRR was zo schrander te dicteren dat leden van de Wixcultus niet aan andere cultussen mogen deelnemen en de diepere geheimen van hun geloof niet met ongelovigen mogen delen.  Dat bespaarde de Nandorianen alvast een hoop gedoe wanneer ze op reis gingen.

Verder moesten gelovigen tenminste eenmaal per week van een delicatesse met chocolade smullen (van deze regel mocht slechts worden afgeweken indien men daar zin in had), en even vaak moesten ze een lekkernij van chocolade weggeven aan een vriend of een behoeftige.

Het werd verboden om de godheid of zijn leer op enige wijze hardop te bespreken, neer te schrijven of uit te beelden, tenzij in eetbare vorm.  Voor de bewuste brochure werd een oogje toegeknepen.

 

Om de puntjes op de i te zetten en omdat dit nu eenmaal tot zijn protocollaire functies behoorde, riep de koning de heuglijke dag van die religieuze openbaring uit tot feestdag.  Verlof kregen de mensen daar niet voor, maar er werden wel pralines uitgedeeld aan de kinderen.

 

Warm voldaan van zoveel democratische plichtsvervulling gingen de mensen naar huis en togen ze weer aan het werk.  En telkens wanneer een vreemdeling hen nog eens vragen stelde over hun geloof, gingen ze koortsachtig op zoek in binnen- en achterzak naar de folder die hun Minister van Paperassen godsvruchtig had volgeschreven.