Een ongelukkige gang van zaken.

 

Grops was moe.  Veertig dagen had het hem gekost om de lelijke woestijn van de Drezen te doorkruisen.  Zijn kameel had immers al de eerste dag een poot gebroken en Grops had zich genoodzaakt gezien het beest af te maken.  Verder was het overdag ongebruikelijk warm geweest en ‘s nachts uitzonderlijk koud.  Bovendien had bijna elke dag een zandstorm zijn pad gekruist, erg onfortuinlijk.  Na de derde dag had hij geen enkele bron meer gevonden en tot viermaal toe hadden woestijnbewoners – ongetwijfeld Drezen – hem overvallen, hetgeen hen alleen de eerste keer een weinig resultaat had opgeleverd.

Maar die ellende lag nu achter hem.  Hij had ondanks hevige sneeuwval de Berenpas weten over te steken en was afgedaald in de vruchtbare vallei aan de andere kant van het gebergte.  De inwoners van een barbarendorp hadden getracht hem op een brandstapel te zetten omdat ze achter zijn ongewone uiterlijk een heksenmeester vermoedden, doch een valse hond had de man met de toorts onverwacht in de kuit gebeten, waarna een ongelukkige val het dorp tot op de grond had afgebrand.  Hij was ontsnapt en gevlucht, tot diep in de nacht.

 

Nu rustte Grops een ogenblik aan een kalme poel, omzoomd door fluisterende wilgen.  Het was Grops een beetje licht, en hij boog zich voorover tot aan het wateroppervlak en pitste met lange, knokige vingers een ster of vier, vijf uit.  Prompt werd de nacht wat duisterder.  Nu kon hij slapen.

 

De volgende dag bereikte hij een stadje, vergezeld van een helse regenbui die de mensen hun huizen injoeg en de waren van de marktkramers eizona wegspoelde.  Een vriendelijke man klampte Grops aan om hem naar een beschutte plek te brengen, maar werd door de bliksem getroffen voor hij kon uitleggen waar die was.  Grops schudde de ongelukkige van zich af, zuchtte diep en plonsde verder door de enge straatjes.

 

Het duurde nog twee dagen voor hij zijn doel bereikte : de trotse, rijke havenstad Rania.  Vermaard als hij was om zijn subtiliteit, ging Grops ook thans met de grootst denkbare omzichtigheid te werk.  Hij vergewiste zich er persoonlijk van dat de melk die de woudloper dronk bedorven was, zodat hij, kreunend van de krampen in zijn maag, niet merkte dat hij de verkeerde kruiden plukte.  Hij knikte begrijpend toen de heks zich de dag voor het bereiden van haar drankjes het goede oog uitstak met een weerspannige breipriem, en was niet verbaasd dat de dienstmaagd die voor de dochter van de havenmeester een dergelijk drankje diende te kopen, de helft van de haar toevertrouwde zilverstukken aan een ontrouw lief besteedde en bij een arme, blinde kol voor weinig geld haar aankoop deed.  Hij was er getuige van dat Raina, de jonkvrouwe in kwestie, per ongeluk een veel sterkere drank tot zich nam dan ze besefte op die avond dat een lieve stalknecht haar wist te verleiden tot gerollebol in het hooi – ach, had zij die maand niet haar wondermiddeltje gedronken?  Het noodlot wilde dat een schip verging, uitgestuurd met een boodschap naar de baron aan wie zij zou worden uitgehuwelijkt.  Zich er niet van bewust dat hij nog een archipel te veroveren had, zou die terugkeren op het moment dat haar zwangerschap zichtbaar zou worden.  De weinige gevangenen die hij vanop vorige veldtochten had meegebracht, kenden hem niet als een vergevingsgezind man.

Dit verbaasde Grops niet – had vrouwe Fatum niet gezien dat het geslacht van de havenmeester spoedig zou eindigen?

 

Doch in de komende dagen kruiste zijn pad enkele malen dat van jonkvrouwe Raina, en had hij enkele malen de gelegenheid met haar in gesprek te komen.    Gans onverwacht ontbloeide in zijn hart een tot mislukken gedoemde liefde, en om geheel onverklaarbare redenen leek zij het gezelschap op prijs te stellen van de norse lelijkaard die door vrijwel alle anderen niet graag was gezien.

 

Tenslotte spleet zijn ongeluk hem haast in twee.  Ondanks zijn stelregel om nooit op gegeven rampspoed terug te komen, zegende hij in een duistere nacht een kat, een mug en een waarzegster, tot tussenkomst in het lot.  De waarzegster zag per ongeluk echt waar en openbaarde de verloofde van de stalknecht de vrijheden die haar man zich permitteerde met een edelvrouwe, waarop zij zich in zee wierp.  De kat beet een rijke oude ridder die toevallig op haar staart trapte en infecteerde hem met een ziekte die zijn brein snel aantastte.  Niet veel later proclameerde hij dat de stalknecht zijn zoon was en maakte hem erfgenaam van zijn titel en landerijen.  De mug vloog honderd mijl noordwaarts, waar zij een sjamaan stak tijdens een cruciale fase in het ritueel waarmee die een duivels onweder bezwoer.  De storm die de vijanden van de stam had moeten vellen, teisterde dankzij een ongelukkig armgebaar het schip van de huiswaarts kerende baron dermate dat hij een longontsteking opliep en stierf een dag voor hij zijn verloofde in de armen had kunnen sluiten.  Aldus lag de weg open voor Raina en de jongeman waarop zij stiekem verliefd was, en werd het nog onopgemerkte kindje in haar schoot een zegening in plaats van een vloek.

 

Grops zelf zwoer dat hij nooit nog haar pad zou kruisen.  Het was een ware eed en bijgevolg per definitie waar, tenzij de wereld en alle eden die waren gezworen, werden gebroken.  Toen keerde hij terug naar de godenberg, met de toorn van het fatum in het vooruitzicht.

 

Grops zuchtte.  Het was zwaar om god van de pech te zijn.  Hij had het niet bepaald getroffen.