De
mier doet niets.
Op een dag had de mier zoveel te doen dat hij besloot helemaal niets te doen. Het was toch onmogelijk al het werk zelf af te krijgen, en er waren goede redenen om te hopen dat het vanzelf wel zou verdwijnen. Een deel zou door lang wachten overbodig worden en andere zaken zouden wellicht door anderen worden gedaan.
Dus liet de mier na de olifant te feliciteren met zijn verjaardag, een taart te bakken voor de beer, die een weddenschap van hem had gewonnen, zijn huis op te ruimen, met de eekhoorn elke beukenboom in de wereld te beklimmen om uit te sluiten dat er één bij was nog gezelliger dan die waarin de eekhoorn woonde, het stinkdier met zijn lijfgeur te verzoenen, paddestoelen te plukken voor de mol die ziek en hongerig was, een gedicht te schrijven dat ooit de wereld zou redden, drie nieuwe dansen te bedenken voor de verjaardag van de neushoorn, te begrijpen hoe het was om de libel te zijn, te oefenen voor een nieuwe wedstrijd taarten eten met de beer, de gems op zijn bergtop een brief te brengen die de wind zo hoog niet geblazen kreeg, en een experiment te bedenken dat zou verklaren waar de dag de nacht doorbrengt en tegelijk zou toelaten grote hoeveelheden stroop te maken.
Drie dagen later was de mier zo hongerig dat hij naar buiten moest om te eten. Hij vond de andere dieren op de open plek, waar de verjaardag van de neushoorn werd gevierd. Alle dieren dansten dansen die de mier nog nooit had gezien. De beer at zijn zevende taart. De gems was zowaar ook gekomen, en luisterde gretig naar de libel, die hem precies uitlegde hoe het was om libel te zijn. De mol was genezen en at de hele avond. Het stinkdier was in zijn plaats ziek geworden en voelde zich te ellendig om neerslachtig te zijn. De olifant verontschuldigde zich omdat hij was vergeten de mier uit te nodigen op zijn feest, dat trouwens geweldig was geweest.
De eekhoorn nodigde hem uit om de volgende dag met een pot honing in het topje van zijn beuk te gaan zitten en helemaal geen poot te verzetten.
De mier at een stukje bessencake en ging wat knorrig weer naar huis. Het enige wat hem restte was het opruimen van zijn huis, en dat zag er nogal uit.